4 november 2002 - Marconiplein - Tussenwater

In 1997 werd er begonnen aan de aanleg van de Beneluxlijn, de nieuwe metrolijn die Schiedam dichterbij Rotterdam zou brengen. Het werd een 11,8 kilometer lange lijn, met zes nieuwe stations, die allemaal door een andere architect waren ontworpen. Het traject begint op station Marconiplein, dat van 1986 tot 2002 het westelijke eindpunt was van de Oost-Westlijn. Het nieuwe spoor loopt vanaf het Marconiplein op een viaduct parallel aan de Tjalklaan en eindigt bij station Tussenwater, waar de lijn aansluit op de bestaande Erasmuslijn.

 

Het project heeft zo'n 750 miljoen euro gekost, maar viel desondanks zo'n 32 miljoen euro goedkoper uit dan oorspronkelijk was gepland. Op zaterdag 2 november 2002 werd de lijn officieel geopend door de burgemeesters van onder andere Schiedam en Rotterdam en voormalig minister van Verkeer en Waterstaat Roelf de Boer. Omwonenden van de lijn, die jarenlang overlast hadden door de aanleg, mochten de dag erop een ritje maken.

 

Maandag 4 november was het zover, de Beneluxlijn werd in exploitatie genomen en heette voortaan gewoon Calandlijn. Tegelijkertijd werd een heel nieuw buslijnennet in gebruik genomen. Dat de exploitatie van de nieuwe metrolijn niet geheel goed verliep op dag 1, laat dit verslag zien (geschreven in de tweede week na de ingebruikname van de nieuwe lijn).

 

Door de aanleg van de Beneluxlijn waren de 71 metrosneltrams van het type T niet meer voldoende. In het voorjaar van 2002 kwamen 18 nieuwe metrosneltrams van het type SG2/1 in gebruik, zie voor meer informatie over deze rijtuigen de pagina Materieel. Tegelijkertijd met de bouw van de Beneluxlijn werd emplacement 's Gravenweg uitgebreid met vier opstelsporen. Tijdens het hemelvaarstweekeinde van 2004 werd het keerspoor tussen stations Hoogvliet en Zalmplaat aangelegd.

 

Sociale en technische veiligheid
De reiziger moest zich prettig voelen in de nieuwe metrolijn, daarom is er voor gekozen om lichte, overzichtelijke stations aan te leggen, zonder donkere hoeken en gaten. Met de materiaalkeuze is ook rekening gehouden met vandalisme en graffiti, dat laatste laat zich op de meeste oppervlakken snel en eenvoudig verwijderen. Een groot aantal camera's houdt de stations goed in de gaten. Meteen al bij de opening van de Beneluxlijn waren er tourniquets, al werden die in de loop van 2004 vervangen door nieuwere exemplaren.

Ook aan de technische veiligheid werd goed gedacht. De zijpaden in de tunnels en op de viaducten bevinden zich zoveel mogelijk op perronhoogte, en in de tunnels is een lichtgevende staaf aangebracht, die ook licht geeft als de stroom volledig zou uitvallen. Het aantal nooduitgangen in de tunnels is groter dan bij de oude tunnels van de Caland- en Erasmuslijn.

Ook op de onzichtbare beveiliging op het spoor, de signalering in de vorm van ATB, is enigszins anders dan bij de oudere metrolijnen. De signalering op de Beneluxlijn in de vorm van ATB is geleverd door Alstom, op alle lijnen die vóór de Beneluxlijn zijn aangelegd is deze door Siemens geleverd. Het oude systeem werkt door middel van zichzelf controlerende relais, een systeem dat al sinds de eerste lijn wordt gebruikt. Bij de Beneluxlijn is er echter gebruik gemaakt van computers met 80386-processoren. Deze processoren zijn voor thuiscomputers, kantoorcomputers etcetera allang niet meer toereikend, maar zijn voor de signalering van een metronet meer dan voldoende, aangezien er geen ingewikkelde berekeningen aan te pas komen. Tijdens het proefbedrijf en enige tijd na de opening waren er diverse storingen, één van de oorzaken was de slechte communicatie tussen de oude Siemens-signalering en de nieuwe Alstom-signalering.

 

Keersporen De Akkers
Achter station De Akkers zijn de uitloopsporen verlengd en verdubbeld naar vier sporen, zodat er tijdens de spits een betere doorstroming ontstaat. Ook dienen de uitloopsporen als kleine remise, zodat uitrukkende metro's 's morgens vroeg in Spijkenisse meteen passagiers kunnen oppikken. Eveneens is er een dienstruimte onder de uitloopsporen gerealiseerd. Onderstaande foto's zijn van 2001, toen de keersporen in aanleg waren. Coördinerend architect Maarten Struijs van Ingenieursbureau Gemeentewerken Rotterdam heeft de uitloopsoren ontworpen. Kenmerkend aan het uitloopspoor zijn de twee 15 en 12 meter hoge walvissenstaarten,die in Brabant zijn geproduceerd. De uitloopsporen worden vanwege deze staarten ook wel staartsporen genoemd.

alt

Twee levensgrote walvissenstaarten sieren het meest westelijke eindpunt van de Rotterdamse metro.

 

alt

De twee sporen van station De Akkers splitsen zich door middel van vier overloopwissels en een kruiswissel op in vier circa 300 meter lange uitloopsporen.

 

alt

De stootjukken werden voor de bouw van het uitloopspoor naar voren gehaald.

 

Architectuur
De zes verschillende architecten gaven allemaal hun eigen beeld aan de Beneluxlijnstations. Hieronder volgt een reis van oost naar west, waarbij elk station nader wordt bekeken.

 

Schiedam Centrum
De eerste halte op de Beneluxlijn is Schiedam Centrum, waar het gelijknamige NS-station is gevestigd. Schiedam Centrum is voor sommige treinen het eindpunt, reizigers moeten dan op spoor 1 uitstappen of overstappen als ze verder willen reizen richting Spijkenisse of Hoogvliet (in de daluren). Overdag is station Schiedam Centrum het eindpunt voor twee op de drie treinen, tijdens de spits voor één op de twee. Het station is ontworpen door B.A. van Belkum van Arcadis Bouw/Infra BV.

alt

Schiedam Centrum spoor 1, met links het NS-station. Het NS-station staat op de Nationale Monumentenlijst, daarom is er bij de bouw van het metrostation niets veranderd aan het NS-station. Merk op dat de stationsoverkappingen elkaar dan ook niet raken.

 

alt

 

Voor treinen die station Schiedam Centrum als eindpunt hebben, is er een tweetal keersporen aangelegd. De keersporen (rechts op de foto) kunnen in de toekomst worden aangesloten op de Hoekse Lijn. De doorlopende sporen leiden naar station Parkweg.

alt

De "kraan-achtige" draagconstructie van de stationsoverkapping: hierdoor konden er kleine steunpunten aan de kant van het NS-station worden aangelegd.

 

Parkweg
Station Parkweg is het enige ondergrondse station van de Beneluxlijn. Het door ir. Hans van Heeswijk ontworpen station kenmerkt zich door vier ellipsvormige koepels in de lengterichting van het station, waarvan de eerste en de laatste de in- en uitgangen zijn. De lichtkoepels zorgen dat er voldoende daglicht valt op het perron, ter aanvulling van de verlichting.

 

alt

De trappen naar het station zijn speels diagonaal ten opzichte van het perron aangelegd.

 

alt

Eenvoud op het eilandperron.

 

alt

De oostelijke toegang oogt futuristisch.

 

alt

De westelijke ingang.

 

alt

Spoor 1, einde perron.

 

alt

Spoor 2 met dienst 552 richting Capelle a/d IJssel, de meest voorkomende eindbestemming overdag.

 

Troelstralaan
Station Troelstralaan is een bijzonder station, omdat in de Vlaardingerdijk is aangelegd. Het is daardoor "indegronds" te noemen. Er is dan ook een groot hoogteverschil tussen de zijkanten van het in een bocht gelegen station. Een grote houten constructie met een trapgewijze beglazing dekt een deel van het station af. Station Troelstralaan is ontworpen door architectenbureau Ruys en Verbakel.

 

alt

Links water, rechts de dijk. De metro meert als het ware aan.

 

alt

Het station vanaf een bruggetje gezien.

 

alt

Foto genomen vanaf de Troelstralaan waarnaar het station genoemd is.

 

Vijfsluizen
Het laatste station in Schiedam is station Vijfsluizen, is ontworpen door architectenbureau Zwarts & Jansma. Dit architectenbureau heeft ook station Wilhelminaplein ontworpen, dat in 1997 in gebruik genomen werd op de Kop van Zuid. Station Vijfsluizen is een viaductstation met eilandperron, waarvan de overkapping enigszins doet denken aan een geraamte. Het station is ook een belangrijk knooppunt geworden van stadsbussen en regiobussen van Conexxion. Elf metalen vlaggen in de vorm van het Rotterdamse Metrologo die met de wind meedraaien en twee stationshallen aan beide kanten van de Vlaardingerdijkweg maken het station compleet.

 

alt

Er is een vrije busbaan aangelegd voor de vele buslijnen die station Vijfsluizen aandoen.

 

alt

De "ribbenkastconstructie" van station Vijfsluizen.

 

alt

Nogmaals de elf Metrovlaggen.

 

In de Tweede Beneluxtunnel werden twee buizen gereserveerd voor de Beneluxlijn. De metrotunnel voldoet aan de hoogste normen qua brandveiligheid. Op korte afstand van elkaar bevinden zich nooddeuren naar de andere tunnelbuis. Brandmeldsensoren in de tunnelbuizen sporen eventuele brandjes snel op, zodat er snel kan worden ingegrepen.

 

Aan de zuidkant van de Tweede Beneluxtunnel is een schuifwand in de glazen geluidsschermen geplaatst en is de derde rail over een aantal meters niet aanwezig: hier is een gelijkvloerse overgang die gebruikt kan worden als er een groot ongeluk zou gebeuren bij de olieraffinaderij.

 

Station Pernis
Pernis is inmiddels een satellietstadje geworden van deelgemeente Hoogvliet, en wordt gekenmerkt door de olieraffinaderij van Shell. In de oorspronkelijke plannen was er geen halte opgenomen, maar daar legden de inwoners zich niet bij neer. Het station is het minst drukke station van de lijn, met zo'n 2000 instappers per dag. Ondanks dat is bij de aanleg van het station gebruik gemaakt van dure verglaasde metselstenen, met name in de facilitaire ruimtes van het station. Opvallend is dat er nagenoeg geen kozijnen in de ruiten zijn gebruikt. De asymmetrische stationsoverkapping is met glas dichtgemaakt aan de kant van de snelweg, maar het station geeft daarentegen wel een goed beeld van het dorp Pernis. Architectenbureau Ton Voets heeft het station ontworpen. Dit bureau heeft overigens ook de hallen van emplacementen Waalhaven en 's Gravenweg ontworpen.

 

alt

De deels uit glas bestaande asymmetrische stationsoverkapping. De liftschachtwanden zijn van dikke glastegels vervaardigd.

 

alt

Een blik op het dorp Pernis.

 

alt

Gezien vanaf het stationspleintje, een silhouetopname van de overkapping.

Vanaf station Pernis vlecht de lijn zich in het uitgebreide viaduct van snelwegen en spoorwegen van het knooppunt Beneluxplein, om vervolgens in Hoogvliet ter hoogte van station Tussenwater samen te voegen bij station Tussenwater.

 

Station Tussenwater
Architectenbureau Maarten Struijs, het coördinerende architectenbureau van het volledige project Beneluxlijn, heeft vorm gegeven aan station Tussenwater. Op station Tussenwater komen de oude Erasmuslijn en de Beneluxlijn bij elkaar. De naam Tussenwater komt van de gelijknamige wijk, maar is ook op een andere manier te verklaren: het station staat in water, vandaar Tussenwater. Het station is viersporig, het meest zuidelijke perron voor treinen richting Schiedam ligt hoger, omdat het de Erasmuslijn moet oversteken. Er zijn twee stationshallen met een hoogte van negentien meter.

Waar nu het architectonische station staat was vroeger een spoordijk met daarop alleen de Erasmuslijn. Deze is voor de aanleg van het station weggegraven, waardoor de Erasmuslijn vier meter lager kwam te liggen.

 

alt

De "voeten" van het station staan tussen water.

 

alt

De twee negentien meter hoge stationshallen op de achtergrond.

 

alt

Een omhoog geworpen blik in de zuidelijke stationshal. De lift kent drie stopplaatsen: begane grond, perron Erasmuslijn en perron Calandlijn.

 

alt

Perron 1 (Erasmuslijn), kijkrichting Hoogvliet. Voor de Erasmuslijn is hier een keerspoor aangelegd, zodat bij een verstoring in de dienstregeling de lijn tijdelijk gemakkelijk ingekort kan worden.

 

Naamgeving van de metrolijn

De projectnaam van het traject Marconiplein-Tussenwater was Beneluxlijn. Toen de lijn in november 2002 in gebruik werd genomen, werd de lijn een onderdeel van de Calandlijn. Nu valt het traject Marconiplein-Tussenwater onder lijn C (De Terp - De Akkers). Het traject Marconiplein-Schiedam Centrum wordt bovendien bediend door de lijnen A (Binnenhof-Schiedam Centrum) en B (Nesselande-Schiedam Centrum).

9 februari 1968: Centraal Station - Zuidplein

9 februari 1968: Centraal Station - Zuidplein

Op 14 maart 1959 nam de Rotterdamse gemeenteraad het besluit tot aanleg van een metrolijn tussen het Centraal Station op de rechter Maasoever en het Zuidplein op de linker Maasoever. Dat besluit kwam er, nadat vooral het autoverkeer in de... Lees meer

25 november 1970: Zuidplein - Slinge

25 november 1970: Zuidplein - Slinge

Op de dag dat het tracé Centraal Station – Zuidplein in gebruik gesteld werd door de toenmalige Prinses Beatrix en Prins Claus, werd direct een begin gemaakt aan de verlenging van het metrotracé in zuidelijke richting. Het viaduct zou 1500... Lees meer

25 oktober 1974: Slinge - Zalmplaat

25 oktober 1974: Slinge - Zalmplaat

Eind 1969 gaat het Rijk akkoord met de verlenging van het metrotracé tussen de Slinge en de buitenwijk Hoogvliet, ten zuidwesten van Rotterdam. In de plannen worden ook een nieuw emplacement en werkplaats opgenomen, ter hoogte van het NS-emplacement Waalhaven.... Lees meer

10 mei 1982: Capelsebrug - Coolhaven

10 mei 1982: Capelsebrug - Coolhaven

In februari 1968 verscheen er een metrorapport met daarin het plan om een metrolijn tussen het centrum van Rotterdam en de buitenwijk Ommoord, in Rotterdam Oost, te realiseren. De kosten werden destijds geschat op 325 miljoen gulden. De verbinding werd... Lees meer

28 mei 1983: Capelsebrug - Binnenhof

28 mei 1983: Capelsebrug - Binnenhof

De plannen van metrorapport 5 en 6 werden bijgesteld. Mede door de oliecrisis van 1974 besloot het Rijk aan het einde van dat jaar dat er geen extra geld beschikbaar gesteld zou worden voor een compleet metrotracé van Capelsebrug naar... Lees meer

19 april 1984: Graskruid - De Tochten

19 april 1984: Graskruid - De Tochten

De Oost-Westlijn, zoals de metrolijn destijds genoemd werd, werd in zowel oostelijke als westelijke richting meer uitgebreid. Tevens waren er plannen voor een metro naar Spijkenisse. In juni 1978 verleende de minister van Verkeer & Waterstaat goedkeuring voor een verlenging... Lees meer

25 april 1985: Zalmplaat - De Akkers

25 april 1985: Zalmplaat - De Akkers

Spijkenisse, gelegen ten zuiden van het Rotterdamse stadsdeel Hoogvliet en de Oude Maas, breidde halverwege de jaren tachtig flink uit. Er werden nieuwe woningen gebouwd, die aantrekkelijk waren voor Rotterdammers. Omdat openbaar vervoer via de buslijnen in de toekomst niet... Lees meer

25 april 1986: Coolhaven - Marconiplein

25 april 1986: Coolhaven - Marconiplein

De Oost-Westlijn werd vanaf station Coolhaven nog in westelijke richting verlengd. Hiertoe gaf de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat in november 1979 toestemming. Het politieke klimaat was destijds zodanig, dat dit wel eens de laatste ondergrondse verlenging van de... Lees meer

26 mei 1994: Capelsebrug - De Terp

26 mei 1994: Capelsebrug - De Terp

In april 1990 werd het startsein gegeven voor de bouw van een metrolijn naar Capelle a/d Ijssel. In eerste instantie zou deze aftakking uitgevoerd worden als sneltram, waarbij alleen de drukke Abram van Rijckevorselweg overgestoken zou worden middels een viaduct.... Lees meer

4 juni 1997: station Wilhelminaplein

4 juni 1997: station Wilhelminaplein

In 1990 werd besloten om op de bestaande Noord-Zuidlijn een nieuw metrostation te realiseren en wel op de Kop van Zuid. Op die manier werd het hoofd geboden aan de snelle groei van nieuwbouw op deze locatie en de bouw... Lees meer

4 november 2002 - Marconiplein - Tussenwater

4 november 2002 - Marconiplein - Tussenwater

In 1997 werd er begonnen aan de aanleg van de Beneluxlijn, de nieuwe metrolijn die Schiedam dichterbij Rotterdam zou brengen. Het werd een 11,8 kilometer lange lijn, met zes nieuwe stations, die allemaal door een andere architect waren ontworpen. Het... Lees meer

29 augustus 2005: De Tochten - Nesselande

29 augustus 2005: De Tochten - Nesselande

In 2000 werd begonnen met stadsuitbreiding van Rotterdam in oostelijke richting. Ten oosten van de wijk Zevenkamp werd, aan de stranden van de Zevenhuizerplas, de wijk Nesselande opgebouwd. Om ook deze wijk te ontsluiten met goed openbaar vervoer, werd de... Lees meer

10 september 2006: Hofplein - Nootdorp

10 september 2006: Hofplein - Nootdorp

In het kader van het voorloopbedrijf van RandstadRail, wordt een week na de vastgestelde datum van ingebruikname, het tracé Rotterdam Hofplein - Nootdorp in gebruik gesteld. Voor de exploitatie worden elf omgebouwde rijtuigen van het Type T omgebouwd. De "RandstadRail... Lees meer

11 november 2006: Nootdorp - Den Haag Centraal

11 november 2006: Nootdorp - Den Haag Centraal

Ruim na de vastgestelde datum van ingebruikname (3 september 2006) wordt het volledige RandstadRail-tracé van Rotterdam Hofplein naar Den Haag Centraal in gebruik genomen. In een eerder stadium werd het tracé Rotterdam Hofplein - Nootdorp al in gebruik genomen. Vanaf... Lees meer

28 september 2009: Rotterdam Centraal

28 september 2009: Rotterdam Centraal

Na meer dan 3 jaar bouwen onder het Stationsplein werd het nieuwe metrostation Rotterdam Centraal geopend op maandag 28 september 2009. Modern, open, licht, ruimtelijk en sociaal veilig zijn woorden waarmee het nieuwe station getypeerd kan worden. Het station werd... Lees meer

16 augustus 2010: Rotterdam Centraal - Melanchthonweg (Statenwegtracé)

16 augustus 2010: Rotterdam Centraal - Melanchthonwe…

Op maandag 16 augustus werd het Statenwegtracé in gebruik genomen. Een geboorde tunnel van 2,4 kilometer lang tussen Rotterdam Centraal en de Sint Franciscus-driehoek. Vrijwel in het midden van de tunnel ligt op 18 meter diepte het metrostation Blijdorp. De bouw van... Lees meer

11 december 2011: Slinge - Den Haag Centraal

11 december 2011: Slinge - Den Haag Centraal

Op zondag 11 december 2011 startte de volledige exploitatie van metrolijn E, de voormalige RandstadRail Erasmuslijn. Sindsdien rijdt metrolijn E tussen de stations Slinge en Den Haag Centraal, via het in 2010 al geopende Statenwegtracé. Op het traject Slinge-Rotterdam Centraal... Lees meer